Terug naar hoofdinhoud

Meer zekerheid voor mensen met een flexcontract

De Eerste Kamer heeft 7 juli ingestemd met de wet ‘meer zekerheid flexwerkers’ van minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen daardoor per 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. In Nederland heeft 3 op de 10 werknemers een onzeker flexcontract. Nergens in Europa is dat aandeel zo hoog. Door deze wet komen er strengere regels om draaideurconstructies met tijdelijke contracten te voorkomen. En oproepcontracten worden vervangen door contracten met een minimumaantal uren dat je standaard wordt betaald en ingeroosterd.

Minister Hans Vijlbrief: “Werk moet mensen zekerheid bieden. Over het aantal uren dat ze moeten werken en over hoe hoog hun inkomen is. Dat geeft een stabiele basis om plannen te maken en jezelf te ontwikkelen. Met dit wetsvoorstel pakken we de misstanden aan. Het uitgangspunt moet zijn dat bij structureel werk ook een structurele en vaste arbeidsrelatie hoort. En flexibele contracten blijven natuurlijk mogelijk, voor bijvoorbeeld het oppakken van tijdelijke klussen, het vervangen van zieke werknemers of als opstapje voor jongeren. Ik ben ontzettend blij dat dit wetsvoorstel niet alleen kan rekenen op de steun van werkgevers en de vakbonden, maar ook op een brede meerderheid in beide Kamers.”

Draaideurconstructies

Met deze nieuwe wet wordt het uitgangspunt dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na 3 tijdelijke contracten mag er 3 jaar lang geen tijdelijk contract meer worden afgesloten tussen werkgever en werknemer. Nu ligt die grens nog op 6 maanden. Met deze wijziging wordt bijna 100% van de draaideurconstructies voorkomen.

Oproepcontracten

In plaats van de nulurencontracten komt er een bandbreedtecontract. Daarin wordt er een minimum- en een maximumaantal uren afgesproken, waarbij het verschil maximaal 30% is. Dit betekent dat bij een minimum van 10 uur het maximum 13 uur is. Oproepen die boven het maximum zitten mogen door de werknemer geweigerd worden. En als er structureel meer wordt gewerkt moet er een contract worden aangeboden met een hoger aantal uren. Wel kent de wet een uitzondering voor bijbanen van mensen die een ander hoofdactiviteit hebben, zoals AOW-gerechtigden, scholieren en studenten.

Uitzendkrachten

Mensen die werken via een uitzendbureau moeten minimaal gelijkwaardige arbeidvoorwaarden krijgen als mensen die regulier in dienst zijn. Dit volgde voor beloning al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, en wordt nu voor alle arbeidsvoorwaarden vastgelegd in de Nederlandse wet. Dit onderdeel treedt eerder in werking, op 31 december 2026. Ook worden de meest onzekere fases van uitzendwerk verkort. En tot slot krijgt de minister de mogelijkheid om in te grijpen als er sprake is van structurele onderbetaling in de uitzendsector.

Arbeidsmarktpakket

Samen met enkele andere wetsvoorstellen vormt dit voorstel een hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt die moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor ondernemers. Het is het tweede wetsvoorstel van het arbeidsmarktpakket dat is aangenomen. Eerder is de wet invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief aangenomen. Deze wetsvoorstellen vloeien voort uit afspraken die het kabinet in 2023 heeft gemaakt met vakbonden en werkgevers en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021.

Lees meer …Meer zekerheid voor mensen met een flexcontract

  • Raadplegingen: 47

Herstel belastingrente vennootschapsbelasting (massaal bezwaar) gestart

De Belastingdienst is begonnen met het verminderen van aanslagen vennootschapsbelasting waarbij te veel belastingrente is berekend.

Het gaat om aanslagen waartegen op tijd bezwaar is gemaakt en die door de staatssecretaris zijn aangemerkt voor massaal bezwaar. De Hoge Raad heeft in de uitspraak van 16 januari 2026 beslist dat het belastingrentepercentage inderdaad te hoog is vastgesteld. Op 25 februari 2026 heeft de inspecteur daarop collectief uitspraak gedaan waarbij de Belastingdienst tegemoet komt aan de bezwaren.

De aanslagen die onder het massaal bezwaar vallen, herstellen we binnen 6 maanden na de collectieve uitspraak. De Belastingdienst is inmiddels begonnen met de uitvoering.

In welke situaties wordt de belastingrente verminderd?

Het gaat om 2 groepen:

  • aanslagen die onder het massaal bezwaar vallen
    Alle op tijd ingediende bezwaren die vallen onder het massaal bezwaar belastingrentepercentage vennootschapsbelasting, waaronder verzoeken om herziening van voorlopige aanslagen en combinatiebrieven.
  • aanslagen met een onjuist rentepercentage
    Aanslagen vennootschapsbelasting met belastingrente met een dagtekening tussen 16 januari 2026 en 14 februari 2026. Deze aanslagen zijn vlak na de uitspraak van de Hoge Raad vastgesteld. Hierbij is nog het oude rentepercentage toegepast. Deze aanslagen worden door de Belastingdienst verminderd.

Gefaseerde aanpak

De Belastingdienst voert het herstel in delen uit. Eerst verminderen ze de definitieve aanslagen. Daarna zijn andere aanslagsoorten en de verminderingen van de belastingrente als gevolg van het massaal bezwaar aan de beurt.

Meer weten?

Op deze website vindt u meer informatie over het massaal bezwaar voor de hoogte van het belastingrentepercentage.

Lees meer …Herstel belastingrente vennootschapsbelasting (massaal bezwaar) gestart

  • Raadplegingen: 49

Kabinet komt met overzichtelijker regels in Verlofwet

Verlof helpt mensen om werk en privé beter te kunnen combineren. Dit komt de arbeidsparticipatie en een gelijke verdeling van zorgtaken ten goede. De afgelopen jaren zijn er diverse verlofregelingen bijgekomen, zoals geboorteverlof en betaald ouderschapsverlof. Hierdoor zijn er meer mogelijkheden ontstaan om werk en zorg te combineren, maar is het stelsel ook complex geworden. Tussen de verlofregelingen bestaan nu verschillen die onnodig zijn. Het Kabinet wil dit met de nieuwe Verlofwet tegengaan, zonder dat daarmee de verlofduur of de hoogte van de uitkering wordt gewijzigd. Deze Verlofwet gaat vandaag in internetconsulatie.

Het nieuwe verlofstelsel wordt ingedeeld in 3 pijlers, in lijn met het SER-advies Balans in maatschappelijk verlof. Namelijk:

  1. Verlof rond de geboorte van en de zorg voor kinderen;
  2. Verlof voor de zorg voor naasten;
  3. Persoonlijk verlof.

Pijler 1: verlof rond de geboorte van en de zorg voor kinderen

Binnen de eerste pijler worden verschillende verlofregelingen beter op elkaar afgestemd. Zo worden de opnametermijnen voor de meeste verlofvormen gelijkgetrokken. De periode waarbinnen verlof kan worden ingezet wordt nu in veel gevallen een half jaar. Ook worden de regels om verlof aan te vragen vereenvoudigd. Het aanvragen van verlof kan voortaan vooraf, tijdens en na de verlofperiode.

Zelfstandigen
Ook voor zelfstandigen wordt een vereenvoudiging voorgesteld. Bij de zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen wordt de uitkering niet meer berekend op basis van het urencriterium, maar zal er voortaan gekeken worden naar het inkomen van de zelfstandige (de winst). Het inkomen is een representatiever criterium dan het gewerkte aantal uren.

Pijler 2: verlof voor de zorg voor naasten

Het huidige kortdurend en langdurend zorgverlof worden samengevoegd tot 1 regeling van 8 weken. De eerste 2 weken blijven betaald tegen 70% van het loon. De overige 6 weken blijven onbetaald. Door de samenvoeging van de zorgverloven wordt de regeling breder inzetbaar. Werknemers kunnen het zorgverlof straks niet alleen gebruiken voor de noodzakelijke verzorging van een zieke naaste, maar ook als naasten afhankelijk zijn van hulp – zoals mantelzorg – en bij palliatieve zorg.

Pijler 3: persoonlijk verlof

Onder deze pijler worden de calamiteiten- en kortverzuimverlof opgenomen. Hierin verandert niets, behalve dat de naam van het verlof wordt ingekort tot kortverzuimverlof.

Internetconsultatie

Vanaf vandaag gaat de Verlofwet in internetconsultatie. Het streven is om deze wet in 2028 in te laten gaan. Belangstellenden kunnen tot en met 10 augustus reageren op het wetsvoorstel.

Lees meer …Kabinet komt met overzichtelijker regels in Verlofwet

  • Raadplegingen: 37

Kabinet schrapt en vereenvoudigt 403 regels voor de zomer

Voor ondernemers zijn onnodige regels vaak een grote bron van frustratie. Hoe minder tijd en geld zij kwijt zijn aan administratieve verplichtingen, hoe meer ruimte zij hebben om te ondernemen. Daarom maakt het kabinet werk van het voorkomen en verminderen van onnodige regeldruk. Zo is het kabinet onder meer de uitdaging aangegaan om voor de zomer van dit jaar 500 onnodige regels te schrappen of te vereenvoudigen. Uiteindelijk is het gelukt om 403 regels aan te pakken.

Minister Heleen Herbert: “Natuurlijk hadden we liever de 500 aangetikt. Toch ben ik positief. De uitdaging om 500 regels aan te pakken heeft ministeries in beweging gebracht en het bewustzijn vergroot over de gevolgen van nieuwe en bestaande wet- en regelgeving. Ik merk dat er binnen het kabinet een sterke drive is om regeldruk voor ondernemers daadwerkelijk te verminderen. Regeldruk krijgt eindelijk de aandacht die het verdient. Daarnaast heeft de aanpak duidelijk gemaakt dat we niet alleen moeten streven naar minder regels, maar vooral naar regels die minder belastend zijn. Dat vraagt om een nog intensievere samenwerking met werkgevers en branches. Zij zien immers als geen ander waar het in de praktijk knelt.”

Sinds de laatste update van 9 april heeft het kabinet nog eens 88 regels aangepakt die ondernemers onnodig belasten. Op Regeldrukmonitor.nl kan iedereen zien welke regels nu op de lijst staan om aan te pakken en wat de stand van zaken is. Naast schrappen en vereenvoudigen wordt nieuwe wetgeving standaard vooraf getoetst op de gevolgen voor ondernemers. Waarbij het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) een steeds belangrijkere rol speelt. Zo worden voorstellen van de Europese Commissie, waar veel regelgeving vandaan komt, nu ook behandeld door het ATR.

Het kan eenvoudiger

Veel regels zijn eenvoudiger gemaakt. Zo kunnen bedrijven verschillende meldingen aan de Belastingdienst binnenkort digitaal doen. Vooral voor bedrijven met veel tijdelijke krachten scheelt dat veel papierwerk. Denk bijvoorbeeld aan het afmelden van werknemers voor de loonheffing. Dat kostte vroeger veel tijd en moeite, maar kan nu eenvoudig online. Een ander voorbeeld is de versoepeling van de regels voor het biologisch certificaat. Het kabinet steunt een Europees voorstel om dit voor elkaar te krijgen. Hierdoor worden minder kleine ondernemers verplicht om een biologisch certificaat te hebben bij de verkoop van onverpakte biologische producten. Dat scheelt hen kosten en administratieve lasten.

Minder administratie door voorbeelddocumenten

De MKB-indicatorbedrijvenonderzoeken vormden een belangrijke bron van inzicht in de regelgeving die ondernemers in de praktijk als meest knellend ervaren. Zo bleek dat ondernemers vaak administratieve last ervaren bij het opstellen en actueel houden van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Een verplicht document waarmee een werkgever alle arbeidsrisico’s in kaart brengt binnen het bedrijf. Zodat werknemers gezond en veilig werken. Elk bedrijf met minimaal één medewerker moet een RI&E hebben. Om dit makkelijker te maken komt er een subsidieregeling voor branches. Hiermee wordt de kwaliteit en beschikbaarheid van voorbeelddocumenten van de RI&E voor verschillende branches verbeterd. Ondernemers kunnen deze gebruiken als basis voor hun eigen RI&E.

Verwarring wegnemen

Hoewel de bedoelingen achter regels vaak goed zijn, kunnen ze in de praktijk onduidelijk of ingewikkeld zijn. Zo is het op plekken als tankstations, vliegvelden en treinstations soms onduidelijk welke regels gelden voor wegwerpbekers en -verpakkingen. Wordt een kop koffie ter plekke opgedronken of meegenomen? Geef je dan een herbruikbare beker of plastic wegwerpbeker mee? De officiële regels sluiten hier niet goed aan op de praktijk. Daarom worden de regels vereenvoudigd. Tankstations, vliegvelden en treinstations hoeven straks alleen nog de regels voor consumptie onderweg te volgen.

Hoe nu verder?

De coördinatie van de vereenvoudiging van regels komt bij de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid te liggen. Net als de coördinatie van de jaarlijkse doelstelling om 500 regels aan te pakken.

De minister van Economische Zaken en Klimaat blijft verantwoordelijk voor het verminderen van regeldruk voor bedrijven. Om ervoor te zorgen dat ondernemers hier meer van merken, gaat het ministerie van EZK nog nauwer samenwerken met werkgevers- en brancheorganisaties. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) helpt hierbij met een meldpunt voor regels van de overheid die onnodig belastend zijn. Als een Nederlandse regel veel ondernemers raakt, adviseert het ATR het kabinet over hoe deze eenvoudiger kan. Ondernemers kunnen ook zelf contact opnemen met EZK via het contactformulier op Regeldrukmonitor.nl. Daarbij komt EZK met nieuwe MKB-indicatorbedrijvenonderzoeken. Om zo knelpunten beter in kaart te brengen en gerichter aan te pakken.

Lees meer …Kabinet schrapt en vereenvoudigt 403 regels voor de zomer

  • Raadplegingen: 52

Gelijker speelveld en betere positie platformwerker door nieuwe wet

Er komt een gelijker speelveld voor digitale arbeidsplatformen in Europa. Ook krijgen mensen die via een digitaal platform werken een betere positie. De wet Platformwerk zorgt er onder andere voor dat alleen mensen - en geen algoritmes - belangrijke beslissingen kunnen nemen, zoals ontslag of schorsing. Ook kunnen mensen die via een platform werken een beroep doen op het rechtsvermoeden als zij vinden dat ze werknemer zijn. Het wetsvoorstel gaat nu in internetconsultatie.

Het gaat bijvoorbeeld om mensen die via een platform als chauffeur werken of maaltijden bezorgen. Voor dit platformwerk is de positie van platformwerkers soms nog onduidelijk. Daardoor kunnen zij in een kwetsbare positie komen, waarin ze bijvoorbeeld geen inzicht hebben in hun opdrachten of inkomen.

Om de positie van platformwerkers te verbeteren, is er in 2024 een Europese richtlijn vastgesteld. Alle Europese lidstaten moeten aan die richtlijn voldoen. Het wetsvoorstel dat voorligt, zorgt daarvoor in Nederland.

Rechtsvermoeden

Het wetsvoorstel regelt onder meer dat er een rechtsvermoeden voor platformwerkers komt. Als platformwerkers vinden dat ze werknemer zijn én aan twee van vijf criteria voldoen, kunnen ze daar succesvol een beroep op doen. Daarvoor telt onder andere mee of het platform de hoogte van de vergoeding bepaalt of beïnvloedt. Ook is het bijvoorbeeld de vraag of het digitale arbeidsplatform de verdeling of toewijzing van opdrachten bepaalt. Als iemand succesvol een beroep op het rechtsvermoeden doet, is het aan het platformbedrijf om te bewijzen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Daarnaast krijgen deze werkenden een betere positie tegen de algoritmes die platforms gebruiken. Die algoritmes kunnen bijvoorbeeld bepalen welke platformwerker welke opdracht krijgt. Platformwerkers kunnen met de invoering van deze wet het platformbedrijf verplichten om inzicht te geven in de beslissingen van de algoritmes. Belangrijke beslissingen, zoals ontslag of schorsing, mogen dan alleen nog door een mens worden genomen. Ook moeten platformwerkers en hun vertegenwoordigers geïnformeerd worden als de werking van het algoritme verandert.

Het concept-wetsvoorstel ligt nu ter inzage. Reageren is mogelijk tot en met 24 augustus 2026 via internetconsultatie.nl.

Lees meer …Gelijker speelveld en betere positie platformwerker door nieuwe wet

  • Raadplegingen: 42